linie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- lineair stelsel van aaneengeschakelde en samenhangende verdedigingswerken
- opeenvolgende reeks van bloedverwantschappen
- lijn, streep; een bij benadering rechte verbinding tussen twee punten
- lijn; een denkbeeldige rechte streep in een bepaalde richting
- contour, silhouet; een lijn die de omtrek van een object, persoon, etc. kopieert
- lijn, richting, koers; richting van actie met een bepaalde intentie
- lijn, afstammingslijn; reeks individuen met ouderlijke relaties
- čára
- kontura
- směr
zelfstandig naamwoord
- over de hele linie: in het algemeen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| linies | meervoud |
| linietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| linietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘streep, lijn’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van linie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| linies | meervoud | linie |
| linietje | verkleinwoord | linie |
| linietjes | verkleinwoord meervoud | linie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van linie zijn vastgelegd.