limiteren
werkwoordBetekenis
- beperken, begrenzen, een grens stellen aan
Vervoeging van limiteren
limiterenhele werkwoord — limiteerdeverleden tijd enkelvoud — limiteerdenverleden tijd meervoud — gelimiteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | limiteer | limiteerde |
| jij | limiteert | limiteerde |
| hij, zij, het | limiteert | limiteerde |
| wij | limiteren | limiteerden |
| jullie | limiteren | limiteerden |
| zij | limiteren | limiteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelimiteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelimiteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelimiteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelimiteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelimiteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelimiteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelimiteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelimiteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelimiteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gelimiteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelimiteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelimiteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelimiteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelimiteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelimiteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelimiteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelimiteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelimiteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelimiteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelimiteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| limiteer | gebiedende wijs |
| limiteerde | verleden tijd |
| limitere | aanvoegende wijs |
| limiterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelimiteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te limiteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen limiteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelimiteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelimiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelimiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelimiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelimiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelimiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelimiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelimiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelimiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelimiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelimiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelimiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelimiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelimiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelimiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelimiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelimiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelimiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelimiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelimiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelimiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelimiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelimiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelimiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelimiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelimiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelimiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelimiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelimiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelimiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelimiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelimiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelimiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelimiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelimiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelimiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelimiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelimiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelimiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelimiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelimiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelimiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelimiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelimiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelimiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelimiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelimiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelimiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelimiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelimiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelimiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelimiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen limiteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelimiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelimiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelimiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult limiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘beperken’ voor het eerst aangetroffen in 1548
Woordfamilie van limiteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| limiteer | gebiedende wijs | limiteren |
| limiteerde | verleden tijd | limiteren |
| limiteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | limiteren |
| limiteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | limiteren |
| limitere | aanvoegende wijs | limiteren |
| limiterend | onvoltooid deelwoord | limiteren |
| limiterende | woordvorm | limiteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van limiteren zijn vastgelegd.