liefhebber
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- iemand die veel van iets houdt, zich erg interesseert voor iets
- iemand die zich met iets bezighoudt zonder vakkundig te zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| liefhebbers | meervoud |
| liefhebbertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| liefhebbertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van liefhebberen
- gebiedende wijs van liefhebberen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van liefhebberen
Vervoeging van liefhebber
liefhebberhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van liefhebben met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van liefhebber
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| liefhebbers | meervoud | liefhebber |
| liefhebbertje | verkleinwoord | liefhebber |
| liefhebbertjes | verkleinwoord meervoud | liefhebber |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van liefhebber zijn vastgelegd.