Naar de inhoud

liefhebben

liefde voelen tot iemand of iets

liefhebben

werkwoord

Betekenis

  1. liefde voelen tot iemand of iets

Vervoeging van liefhebben

liefhebbenhele werkwoord — had liefverleden tijd enkelvoud — hadden liefverleden tijd meervoud — liefgehadvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik heb lief had lief
jij hebt lief (hadt lief)
hij, zij, het heeft lief had lief
wij hebben lief hadden lief
jullie hebben lief hadden lief
zij hebben lief hadden lief
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had lief verleden tijd
had liefgehad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had liefgehad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had liefgehad voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden liefgehad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden liefgehad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden liefgehad voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt liefgehad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb lief gebiedende wijs
heb liefgehad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben liefgehad actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben liefgehad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben liefgehad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben liefgehad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt liefgehad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft liefgehad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft liefgehad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lief te hebben actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
lief te zullen hebben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
lief zal hebben bijzin, toekomende tijd
lief zou hebben bijzin, voorwaardelijk
lief zouden hebben bijzin, voorwaardelijk
lief zoudt hebben bijzin, voorwaardelijk
lief zullen hebben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
lief zullen hebben bijzin, toekomende tijd
lief zult hebben bijzin, toekomende tijd
liefgehad verleden tijd, deelwoord
liefgehad te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
liefgehad zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
liefhad bijzin, verleden tijd
liefhadden bijzin, verleden tijd
liefhadt bijzin, verleden tijd
liefheb bijzin, tegenwoordige tijd
liefhebbend onvoltooid, deelwoord
liefhebt bijzin, tegenwoordige tijd
liefheeft bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben liefgehad actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen liefhebben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal liefgehad hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal liefgehad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal liefgehad hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal liefhebben bijzin, toekomende tijd
zou liefgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou liefgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou liefgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou liefhebben bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) liefhebben lief zou(dt) hebben bijzin, voorwaardelijk
zouden liefgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden liefgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden liefgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden liefhebben bijzin, voorwaardelijk
zoudt liefgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt liefhebben bijzin, voorwaardelijk
zullen liefgehad hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen liefgehad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen liefgehad hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen liefhebben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen liefhebben bijzin, toekomende tijd
zult liefgehad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult liefhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult liefhebben bijzin, toekomende tijd
zult/zal liefhebben lief zult/zal hebben bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van lief en hebben

Woordfamilie van liefhebben

Woordvorm Relatie Afgeleid van
had lief verleden tijd liefhebben
hadden lief aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon liefhebben
heb lief gebiedende wijs liefhebben
hebbe lief woordvorm liefhebben
hebben lief aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon liefhebben
liefgehad voltooid deelwoord liefhebben
liefhad subordinate-clause, verleden tijd liefhebben
liefhadden subordinate-clause, verleden tijd liefhebben
liefheb subordinate-clause, tegenwoordige tijd liefhebben
liefhebbe with-subordinate-clause liefhebben

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van liefhebben zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over liefhebben

Wat is de betekenis van liefhebben?
Liefhebben is een werkwoord. De betekenis is: liefde voelen tot iemand of iets.
Hoe vervoeg ik liefhebben?
Zo vervoeg je liefhebben zo: het voltooid deelwoord is liefgehad. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord liefhebben is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. I 1
  3. E 1
  4. F 4
  5. H 4
  6. E 1
  7. B 3
  8. B 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

liefhebben levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. I 2
  3. E 1
  4. F 4
  5. H 4
  6. E 1
  7. B 4
  8. B 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 25 zonder bonus
  12. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

liefhebben in het kort

liefhebben staat in dit woordenboek als werkwoord. Van liefhebben staan er 49 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort liefhebben bij een woordfamilie van 10 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

liefhebben: liefde voelen tot iemand of iets
Deel liefhebben — standaardnederlands.nl