leunstoel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stoel met leuningen om lekker in te zitten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leunstoelen | meervoud |
| leunstoeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| leunstoeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van leun ww en stoel
Woordfamilie van leunstoel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leunstoelen | meervoud | leunstoel |
| leunstoeltje | verkleinwoord | leunstoel |
| leunstoeltjes | verkleinwoord meervoud | leunstoel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leunstoel zijn vastgelegd.