| - |
impersonal, passief
|
| ben geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is geleegd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was geleegd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd geleegd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt geleegd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal geleegd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal geleegd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou geleegd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou geleegd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| geleegd |
verleden tijd, deelwoord
|
| geleegd te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| geleegd te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| geleegd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geleegd te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geleegd te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geleegd worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| geleegd zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| geleegd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| geleegd zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| geleegd zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had geleegd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had geleegd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had geleegd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden geleegd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden geleegd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden geleegd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt geleegd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben geleegd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| leeg |
gebiedende wijs
|
| leegde |
verleden tijd
|
| lege |
aanvoegende wijs
|
| legend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben geleegd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te legen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen legen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart geleegd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren geleegd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren geleegd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren geleegd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was geleegd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was geleegd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was geleegd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd geleegd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd geleegd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd geleegd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden geleegd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden geleegd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden geleegd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt geleegd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word geleegd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden geleegd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden geleegd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden geleegd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt geleegd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt geleegd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal geleegd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geleegd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal geleegd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal geleegd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geleegd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal geleegd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geleegd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal legen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal legen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal legen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt geleegd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou geleegd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geleegd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geleegd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou geleegd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geleegd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou geleegd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geleegd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geleegd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geleegd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou legen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou legen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou legen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden geleegd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden geleegd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden geleegd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden geleegd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden geleegd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden geleegd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden geleegd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden geleegd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden geleegd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden legen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden legen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden legen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt geleegd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt geleegd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt geleegd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt legen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen geleegd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen geleegd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen geleegd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen geleegd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen geleegd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen geleegd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen geleegd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen geleegd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen geleegd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen legen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen legen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen legen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen legen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult geleegd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult geleegd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult geleegd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult legen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|