| - |
impersonal, passief
|
| ben gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is gelegateerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gelegateerd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gelegateerd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gelegateerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gelegateerd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gelegateerd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gelegateerd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gelegateerd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gelegateerd |
verleden tijd, deelwoord
|
| gelegateerd te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gelegateerd te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gelegateerd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gelegateerd te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gelegateerd te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gelegateerd worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gelegateerd zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gelegateerd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gelegateerd zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gelegateerd zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gelegateerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| legateer |
gebiedende wijs
|
| legateerde |
verleden tijd
|
| legatere |
aanvoegende wijs
|
| legaterend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben gelegateerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te legateren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen legateren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was gelegateerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gelegateerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd gelegateerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd gelegateerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden gelegateerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden gelegateerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden gelegateerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt gelegateerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word gelegateerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden gelegateerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden gelegateerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden gelegateerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gelegateerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt gelegateerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal gelegateerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gelegateerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gelegateerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gelegateerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gelegateerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gelegateerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gelegateerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt gelegateerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou gelegateerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gelegateerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gelegateerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gelegateerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gelegateerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gelegateerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gelegateerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gelegateerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gelegateerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gelegateerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gelegateerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gelegateerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gelegateerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden gelegateerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden gelegateerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gelegateerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gelegateerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gelegateerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gelegateerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gelegateerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gelegateerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gelegateerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gelegateerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gelegateerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gelegateerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen gelegateerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen gelegateerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gelegateerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gelegateerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gelegateerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen legateren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gelegateerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gelegateerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gelegateerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult legateren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|