Naar de inhoud

leeghalen

alles ergens uit weghalen

leeghalen

werkwoord ˈlexhalə(n)

Betekenis

  1. alles ergens uit weghalen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je leeghalen uit?

/ˈlexhalən/

Leeghalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈlexhalən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
l land
e veel
x acht
h hoed
a maan
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van leeghalen

leeghalenhele werkwoord — haalde leegverleden tijd enkelvoud — haalden leegverleden tijd meervoud — leeggehaaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik haal leeg haalde leeg
jij haalt leeg haalde leeg
hij, zij, het haalt leeg haalde leeg
wij halen leeg haalden leeg
jullie halen leeg haalden leeg
zij halen leeg haalden leeg
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is leeggehaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was leeggehaald impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd leeggehaald impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt leeggehaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal leeggehaald worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal leeggehaald zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou leeggehaald worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou leeggehaald zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
haal leeg gebiedende wijs
haalde leeg verleden tijd
had leeggehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had leeggehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had leeggehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden leeggehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden leeggehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden leeggehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt leeggehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben leeggehaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
leeg te halen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
leeg te zullen halen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
leeg zal halen bijzin, toekomende tijd
leeg zou halen bijzin, voorwaardelijk
leeg zouden halen bijzin, voorwaardelijk
leeg zoudt halen bijzin, voorwaardelijk
leeg zullen halen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
leeg zullen halen bijzin, toekomende tijd
leeg zult halen bijzin, toekomende tijd
leeggehaald verleden tijd, deelwoord
leeggehaald te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
leeggehaald te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
leeggehaald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
leeggehaald te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
leeggehaald te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
leeggehaald worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
leeggehaald zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
leeggehaald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
leeggehaald zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
leeggehaald zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
leeghaal bijzin, tegenwoordige tijd
leeghaalde bijzin, verleden tijd
leeghaalden bijzin, verleden tijd
leeghaalt bijzin, tegenwoordige tijd
leeghalend onvoltooid, deelwoord
te hebben leeggehaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen leeghalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart leeggehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren leeggehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren leeggehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren leeggehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
was leeggehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was leeggehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was leeggehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd leeggehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd leeggehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd leeggehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden leeggehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden leeggehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden leeggehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt leeggehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word leeggehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden leeggehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden leeggehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden leeggehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt leeggehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt leeggehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal leeggehaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal leeggehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal leeggehaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal leeggehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal leeggehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal leeggehaald zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal leeggehaald zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal leeghalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal leeghalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal leeghalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal leeghalen bijzin, toekomende tijd
zijn leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt leeggehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou leeggehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou leeggehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou leeggehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou leeggehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou leeggehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou leeggehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou leeggehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou leeggehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou leeggehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou leeghalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou leeghalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou leeghalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou leeghalen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) leeghalen leeg zou(dt) halen bijzin, voorwaardelijk
zouden leeggehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden leeggehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden leeggehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden leeggehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden leeggehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden leeggehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden leeggehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden leeggehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden leeggehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden leeghalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden leeghalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden leeghalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden leeghalen bijzin, voorwaardelijk
zoudt leeggehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt leeggehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt leeggehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt leeghalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt leeghalen bijzin, voorwaardelijk
zullen leeggehaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen leeggehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen leeggehaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen leeggehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen leeggehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen leeggehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen leeggehaald zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen leeggehaald zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen leeggehaald zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen leeghalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen leeghalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen leeghalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen leeghalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen leeghalen bijzin, toekomende tijd
zult leeggehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van leeg en halen

Woordfamilie van leeghalen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
haal leeg gebiedende wijs leeghalen
haalde leeg verleden tijd leeghalen
haalden leeg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon leeghalen
haalt leeg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon leeghalen
hale leeg woordvorm leeghalen
halen leeg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon leeghalen
leeggehaald voltooid deelwoord leeghalen
leeggehaalde woordvorm leeghalen
leeghaal subordinate-clause, tegenwoordige tijd leeghalen
leeghaalde subordinate-clause, verleden tijd leeghalen
leeghaalden subordinate-clause, verleden tijd leeghalen
leeghaalt subordinate-clause, tegenwoordige tijd leeghalen
leeghale with-subordinate-clause leeghalen
leeghalend onvoltooid deelwoord leeghalen
leeghalende woordvorm leeghalen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leeghalen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over leeghalen

Hoe spreek je leeghalen uit?
De uitspraak van leeghalen is: /ˈlexhalə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent leeghalen?
Leeghalen is een werkwoord. Het woord betekent: alles ergens uit weghalen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je leeghalen?
Je vervoegt leeghalen als volgt: het voltooid deelwoord is leeggehaald. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord leeghalen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. H 4
  6. A 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

leeghalen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. H 4
  6. A 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

leeghalen in het kort

leeghalen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van leeghalen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort leeghalen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

leeghalen: alles ergens uit weghalen
Deel leeghalen — standaardnederlands.nl