Naar de inhoud

leegeten

door te eten opmaken

leegeten

werkwoord

Betekenis

  1. door te eten opmaken

Vervoeging van leegeten

leegetenhele werkwoord — at leegverleden tijd enkelvoud — aten leegverleden tijd meervoud — leeggegetenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik eet leeg at leeg
jij eet leeg at leeg
hij, zij, het eet leeg at leeg
wij eten leeg aten leeg
jullie eten leeg aten leeg
zij eten leeg aten leeg
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
at leeg verleden tijd
ben leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
eet leeg gebiedende wijs
er is leeggegeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was leeggegeten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd leeggegeten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt leeggegeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal leeggegeten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal leeggegeten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou leeggegeten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou leeggegeten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had leeggegeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had leeggegeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had leeggegeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden leeggegeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden leeggegeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden leeggegeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt leeggegeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben leeggegeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
leeg te eten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
leeg te zullen eten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
leeg zal eten bijzin, toekomende tijd
leeg zou eten bijzin, voorwaardelijk
leeg zouden eten bijzin, voorwaardelijk
leeg zoudt eten bijzin, voorwaardelijk
leeg zullen eten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
leeg zullen eten bijzin, toekomende tijd
leeg zult eten bijzin, toekomende tijd
leegat bijzin, verleden tijd
leegaten bijzin, verleden tijd
leegeet bijzin, tegenwoordige tijd
leegetend onvoltooid, deelwoord
leeggegeten verleden tijd, deelwoord
leeggegeten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
leeggegeten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
leeggegeten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
leeggegeten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
leeggegeten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
leeggegeten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
leeggegeten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
leeggegeten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
leeggegeten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
leeggegeten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben leeggegeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen leegeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart leeggegeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren leeggegeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren leeggegeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren leeggegeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was leeggegeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was leeggegeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was leeggegeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd leeggegeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd leeggegeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd leeggegeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden leeggegeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden leeggegeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden leeggegeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt leeggegeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word leeggegeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden leeggegeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden leeggegeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden leeggegeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt leeggegeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt leeggegeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal leegeten bijzin, toekomende tijd
zal leeggegeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal leeggegeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal leeggegeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal leeggegeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal leeggegeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal leeggegeten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal leeggegeten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt leeggegeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou leegeten bijzin, voorwaardelijk
zou leeggegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou leeggegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou leeggegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou leeggegeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou leeggegeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou leeggegeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou leeggegeten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou leeggegeten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou leeggegeten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) leegeten leeg zou(dt) eten bijzin, voorwaardelijk
zouden leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden leegeten bijzin, voorwaardelijk
zouden leeggegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden leeggegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden leeggegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden leeggegeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden leeggegeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden leeggegeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden leeggegeten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden leeggegeten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden leeggegeten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt leegeten bijzin, voorwaardelijk
zoudt leeggegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt leeggegeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt leeggegeten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen leegeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen leegeten bijzin, toekomende tijd
zullen leeggegeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen leeggegeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen leeggegeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen leeggegeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen leeggegeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen leeggegeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen leeggegeten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen leeggegeten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen leeggegeten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult leegeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult leegeten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van leeg en eten

Woordfamilie van leegeten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
at leeg verleden tijd leegeten
aten leeg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon leegeten
eet leeg gebiedende wijs leegeten
ete leeg woordvorm leegeten
eten leeg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon leegeten
leegat subordinate-clause, verleden tijd leegeten
leegaten subordinate-clause, verleden tijd leegeten
leegeet subordinate-clause, tegenwoordige tijd leegeten
leegete with-subordinate-clause leegeten
leegetend onvoltooid deelwoord leegeten
leegetende woordvorm leegeten
leeggegeten voltooid deelwoord leegeten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leegeten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over leegeten

Wat betekent leegeten?
Leegeten is een werkwoord. Het woord betekent: door te eten opmaken.
Hoe vervoeg je leegeten?
Je vervoegt leegeten als volgt: het voltooid deelwoord is leeggegeten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord leegeten is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

leegeten levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

leegeten in het kort

leegeten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van leegeten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort leegeten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

leegeten: door te eten opmaken
Deel leegeten — standaardnederlands.nl