lapzalven
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈlɑpsɑlᵊfə(n)Betekenis
- een kwaal verzachten met middelen waarvan de geneeskrachtige werking twijfelachtig is
- (van een schip) opknappen en repareren
- (van touwwerk) controleren en met teer insmeren
Hoe spreek je lapzalven uit?
/ˈlɑpsɑləfən/
Lapzalven bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| s | sok |
| ə | de |
| f | fiets |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- opknappen en repareren figuratively, transitive
- controleren en met teer insmeren figuratively, transitive
Vervoeging van lapzalven
lapzalvenhele werkwoord — lapzalfdeverleden tijd enkelvoud — lapzalfdenverleden tijd meervoud — gelapzalfdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lapzalf | lapzalfde |
| jij | lapzalft | lapzalfde |
| hij, zij, het | lapzalft | lapzalfde |
| wij | lapzalven | lapzalfden |
| jullie | lapzalven | lapzalfden |
| zij | lapzalven | lapzalfden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gelapzalfd | verleden tijd, deelwoord |
| gelapzalfd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelapzalfd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelapzalfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelapzalfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelapzalfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelapzalfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelapzalfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelapzalfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelapzalfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelapzalfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelapzalfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelapzalfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelapzalfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelapzalfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelapzalfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelapzalfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelapzalfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lapzalf | gebiedende wijs |
| lapzalfde | verleden tijd |
| lapzalve | aanvoegende wijs |
| lapzalvend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelapzalfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lapzalven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lapzalven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gelapzalfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelapzalfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelapzalfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gelapzalfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelapzalfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelapzalfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelapzalfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelapzalfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelapzalfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelapzalfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelapzalfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelapzalfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelapzalfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lapzalven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelapzalfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lapzalven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lapzalf
Herkomst
ww: samenstelling van lap ww en zalven ww of lapzalf zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van lapzalven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelapzalfd | voltooid deelwoord | lapzalven |
| gelapzalfde | woordvorm | lapzalven |
| lapzalfde | verleden tijd | lapzalven |
| lapzalfden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | lapzalven |
| lapzalft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | lapzalven |
| lapzalve | aanvoegende wijs | lapzalven |
| lapzalvend | onvoltooid deelwoord | lapzalven |
| lapzalvende | woordvorm | lapzalven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lapzalven zijn vastgelegd.