lanceren
werkwoordBetekenis
- (van raketten en torpedo's) afschieten.
- publiceren, de wereld in sturen
werkwoord
- afschieten. transitive
Vervoeging van lanceren
lancerenhele werkwoord — lanceerdeverleden tijd enkelvoud — lanceerdenverleden tijd meervoud — gelanceerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lanceer | lanceerde |
| jij | lanceert | lanceerde |
| hij, zij, het | lanceert | lanceerde |
| wij | lanceren | lanceerden |
| jullie | lanceren | lanceerden |
| zij | lanceren | lanceerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelanceerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelanceerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelanceerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelanceerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelanceerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelanceerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelanceerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelanceerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelanceerd | verleden tijd, deelwoord |
| gelanceerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelanceerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelanceerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelanceerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelanceerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelanceerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelanceerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelanceerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelanceerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelanceerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelanceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelanceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelanceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelanceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelanceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelanceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelanceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelanceerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lanceer | gebiedende wijs |
| lanceerde | verleden tijd |
| lancere | aanvoegende wijs |
| lancerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelanceerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lanceren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lanceren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelanceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelanceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelanceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelanceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelanceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelanceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelanceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelanceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelanceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelanceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelanceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelanceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelanceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelanceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelanceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelanceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelanceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelanceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelanceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelanceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelanceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelanceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelanceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelanceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelanceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelanceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelanceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelanceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelanceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelanceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelanceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelanceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelanceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelanceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelanceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelanceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelanceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelanceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelanceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelanceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelanceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelanceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelanceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelanceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelanceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelanceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelanceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelanceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelanceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelanceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelanceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelanceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelanceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelanceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelanceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelanceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelanceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelanceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lanceren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelanceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelanceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelanceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lanceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afvuren’ voor het eerst aangetroffen in 1887
Woordfamilie van lanceren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelanceerd | voltooid deelwoord | lanceren |
| lanceer | gebiedende wijs | lanceren |
| lanceerde | verleden tijd | lanceren |
| lanceerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | lanceren |
| lanceert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | lanceren |
| lancere | aanvoegende wijs | lanceren |
| lancerend | onvoltooid deelwoord | lanceren |
| lancerende | woordvorm | lanceren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lanceren zijn vastgelegd.