Naar de inhoud

lammeren

(van ooien en geiten) het werpen van jongen

lammeren is meer dan één woord

lammeren

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈlɑmərə(n)/

Betekenis

  1. (van ooien en geiten) het werpen van jongen

Hoe spreek je lammeren uit?

/ˈlɑmərən/

Lammeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈlɑmərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
l land
ɑ bad
m maan
ə de
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. het werpen van jongen unergative

Vervoeging van lammeren

lammerenhele werkwoord — lammerdeverleden tijd enkelvoud — lammerdenverleden tijd meervoud — gelammerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lammer lammerde
jij lammert lammerde
hij, zij, het lammert lammerde
wij lammeren lammerden
jullie lammeren lammerden
zij lammeren lammerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gelammerd verleden tijd, deelwoord
gelammerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelammerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gelammerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelammerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelammerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelammerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelammerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelammerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelammerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelammerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelammerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelammerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelammerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelammerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelammerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelammerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelammerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lammer gebiedende wijs
lammerde verleden tijd
lammere aanvoegende wijs
lammerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gelammerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te lammeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen lammeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gelammerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelammerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelammerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal lammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal lammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal lammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gelammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou lammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou lammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou lammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gelammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden lammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden lammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden lammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gelammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt lammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gelammerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelammerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelammerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen lammeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen lammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen lammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen lammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gelammerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult lammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord lam

Woordfamilie van lammeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelammerd voltooid deelwoord lammeren
lammerde verleden tijd lammeren
lammerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon lammeren
lammerend onvoltooid deelwoord lammeren
lammerende woordvorm lammeren
lammert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon lammeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lammeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over lammeren

Hoe spreek je lammeren uit?
De uitspraak van lammeren is: /ˈlɑmərə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent lammeren?
Lammeren is een werkwoord. Het woord betekent: (van ooien en geiten) het werpen van jongen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je lammeren?
Je vervoegt lammeren als volgt: de tegenwoordige tijd is lammer, de verleden tijd is lammerde en het voltooid deelwoord is gelammerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord lammeren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. A 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

lammeren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. A 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

lammeren in het kort

lammeren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van lammeren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort lammeren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

lammeren: (van ooien en geiten) het werpen van jongen
Deel lammeren — standaardnederlands.nl