Naar de inhoud

laboreren

lijden, tobben

laboreren

werkwoord

Betekenis

  1. lijden, tobben
  2. met grote moeite ergens aan werken

Vervoeging van laboreren

laborerenhele werkwoord — laboreerdeverleden tijd enkelvoud — laboreerdenverleden tijd meervoud — gelaboreerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik laboreer laboreerde
jij laboreert laboreerde
hij, zij, het laboreert laboreerde
wij laboreren laboreerden
jullie laboreren laboreerden
zij laboreren laboreerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gelaboreerd verleden tijd, deelwoord
gelaboreerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelaboreerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gelaboreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelaboreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelaboreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelaboreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelaboreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelaboreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelaboreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelaboreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
laboreer gebiedende wijs
laboreerde verleden tijd
laborere aanvoegende wijs
laborerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gelaboreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te laboreren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen laboreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gelaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal laboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal laboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal laboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gelaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou laboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou laboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou laboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gelaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden laboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden laboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden laboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gelaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt laboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gelaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen laboreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen laboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen laboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen laboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gelaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult laboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse labourer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van laboreren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelaboreerd voltooid deelwoord laboreren
laboreer gebiedende wijs laboreren
laboreerde verleden tijd laboreren
laboreerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon laboreren
laboreert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon laboreren
laborere aanvoegende wijs laboreren
laborerend onvoltooid deelwoord laboreren
laborerende woordvorm laboreren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van laboreren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over laboreren

Wat betekent laboreren?
Laboreren is een werkwoord. Het woord betekent: lijden, tobben. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je laboreren?
Je vervoegt laboreren als volgt: de tegenwoordige tijd is laboreer, de verleden tijd is laboreerde en het voltooid deelwoord is gelaboreerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord laboreren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. A 1
  3. B 3
  4. O 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

laboreren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. A 1
  3. B 4
  4. O 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

laboreren in het kort

laboreren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van laboreren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort laboreren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

laboreren: lijden, tobben
Deel laboreren — standaardnederlands.nl