la
zelfstandig naamwoord laBetekenis
- de zesde muzieknoot in de toonladder
- een platte uitschuifbare bak in een meubelstuk, bedoeld als bergplaats van losse voorwerpen
- vliegen
- de, het
- haar, het (lijdend voorwerp, vóór het werkwoord)
- la
- het
- de ().
- van lauantai
- zaterdag
- de
- haar , het (lijdend voorwerp).
- de muziektoon “a” ook “la”
- ik (geliefd)
- zesde toon van een hexachord
- zij, deze, het, dit
Hoe spreek je la uit?
/la/
La bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| a | maan |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| la's | enkelvoud |
| la'tje | verkleinwoord |
| la'tjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| la's | enkelvoud |
| laatje | verkleinwoord |
| laatjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘muzieknoot’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van la
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| la's | enkelvoud | la |
| la'tje | verkleinwoord | la |
| la'tjes | verkleinwoord | la |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van la zijn vastgelegd.