kwalsteren
werkwoord ˈkwɑlstərə(n)Betekenis
- zich ontdoen van een overmaat aan speeksel
Hoe spreek je kwalsteren uit?
/ˈkwɑlstərən/
Kwalsteren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| l | land |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van kwalsteren
kwalsterenhele werkwoord — kwalsterdeverleden tijd enkelvoud — kwalsterdenverleden tijd meervoud — gekwalsterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kwalster | kwalsterde |
| jij | kwalstert | kwalsterde |
| hij, zij, het | kwalstert | kwalsterde |
| wij | kwalsteren | kwalsterden |
| jullie | kwalsteren | kwalsterden |
| zij | kwalsteren | kwalsterden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekwalsterd | verleden tijd, deelwoord |
| gekwalsterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekwalsterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekwalsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekwalsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekwalsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekwalsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekwalsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekwalsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekwalsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekwalsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekwalsterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekwalsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekwalsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekwalsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekwalsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekwalsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekwalsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kwalster | gebiedende wijs |
| kwalsterde | verleden tijd |
| kwalstere | aanvoegende wijs |
| kwalsterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekwalsterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kwalsteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kwalsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekwalsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekwalsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekwalsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekwalsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekwalsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekwalsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekwalsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekwalsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekwalsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekwalsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekwalsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekwalsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekwalsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kwalsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekwalsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kwalsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van kwalster zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van kwalsteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekwalsterd | voltooid deelwoord | kwalsteren |
| kwalsterde | verleden tijd | kwalsteren |
| kwalsterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kwalsteren |
| kwalstere | aanvoegende wijs | kwalsteren |
| kwalsterend | onvoltooid deelwoord | kwalsteren |
| kwalsterende | woordvorm | kwalsteren |
| kwalstert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kwalsteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kwalsteren zijn vastgelegd.