kwakken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- met enige vaart iets vervormbaars tegen een hard voorwerp gooien
- tweede betekenisomschrijving.
- enz.
Vervoeging van kwakken
kwakkenhele werkwoord — kwakteverleden tijd enkelvoud — kwaktenverleden tijd meervoud — gekwaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kwak | kwakte |
| jij | kwakt | kwakte |
| hij, zij, het | kwakt | kwakte |
| wij | kwakken | kwakten |
| jullie | kwakken | kwakten |
| zij | kwakken | kwakten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekwakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekwakt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekwakt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekwakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekwakt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekwakt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekwakt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekwakt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekwakt | verleden tijd, deelwoord |
| gekwakt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekwakt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekwakt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekwakt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekwakt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekwakt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekwakt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekwakt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekwakt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekwakt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekwakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekwakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekwakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekwakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekwakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekwakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekwakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekwakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kwak | gebiedende wijs |
| kwakke | aanvoegende wijs |
| kwakkend | onvoltooid, deelwoord |
| kwakte | verleden tijd |
| te hebben gekwakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kwakken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kwakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekwakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekwakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekwakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekwakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekwakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekwakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekwakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekwakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekwakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekwakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekwakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekwakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekwakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekwakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekwakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekwakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekwakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekwakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekwakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekwakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekwakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekwakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kwakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekwakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekwakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekwakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kwakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kwak
Herkomst
In de betekenis van ‘hard neersmijten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588
Woordfamilie van kwakken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekwakt | voltooid deelwoord | kwakken |
| gekwakte | woordvorm | kwakken |
| kwakke | aanvoegende wijs | kwakken |
| kwakkend | onvoltooid deelwoord | kwakken |
| kwakkende | woordvorm | kwakken |
| kwakt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kwakken |
| kwakte | verleden tijd | kwakken |
| kwakten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kwakken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kwakken zijn vastgelegd.