kuitschieten
werkwoordBetekenis
- van vissen: eieren afzetten
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van kuitschieten
kuitschietenhele werkwoord — schoot kuitverleden tijd enkelvoud — schoten kuitverleden tijd meervoud — kuitgeschotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schiet kuit | schoot kuit |
| jij | schiet kuit | schoot kuit |
| hij, zij, het | schiet kuit | schoot kuit |
| wij | schieten kuit | schoten kuit |
| jullie | schieten kuit | schoten kuit |
| zij | schieten kuit | schoten kuit |
Alle 81 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is kuitgeschoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was kuitgeschoten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd kuitgeschoten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt kuitgeschoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal kuitgeschoten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal kuitgeschoten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou kuitgeschoten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou kuitgeschoten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had kuitgeschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had kuitgeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had kuitgeschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden kuitgeschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden kuitgeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden kuitgeschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt kuitgeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb kuitgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben kuitgeschoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben kuitgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben kuitgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben kuitgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt kuitgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft kuitgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft kuitgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kuit te schieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| kuit te zullen schieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kuit zal schieten | bijzin, toekomende tijd |
| kuit zou schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| kuit zouden schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| kuit zoudt schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| kuit zullen schieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| kuit zullen schieten | bijzin, toekomende tijd |
| kuit zult schieten | bijzin, toekomende tijd |
| kuitgeschoten | verleden tijd, deelwoord |
| kuitgeschoten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kuitgeschoten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| kuitschiet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| kuitschietend | onvoltooid, deelwoord |
| kuitschoot | bijzin, verleden tijd |
| kuitschoten | bijzin, verleden tijd |
| schiet kuit | gebiedende wijs |
| schoot kuit | verleden tijd |
| te hebben kuitgeschoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kuitschieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal kuitgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal kuitgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal kuitgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal kuitschieten | bijzin, toekomende tijd |
| zou kuitgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou kuitgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou kuitgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou kuitschieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) kuitschieten kuit zou(dt) schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden kuitgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden kuitgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden kuitgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden kuitschieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt kuitgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt kuitschieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen kuitgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen kuitgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen kuitgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kuitschieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen kuitschieten | bijzin, toekomende tijd |
| zult kuitgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kuitschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult kuitschieten | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal kuitschieten kuit zult/zal schieten | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van kuit en schieten
Woordfamilie van kuitschieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kuitgeschoten | voltooid deelwoord | kuitschieten |
| kuitschiet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | kuitschieten |
| kuitschiete | with-subordinate-clause | kuitschieten |
| kuitschietend | onvoltooid deelwoord | kuitschieten |
| kuitschietende | woordvorm | kuitschieten |
| kuitschoot | subordinate-clause, verleden tijd | kuitschieten |
| kuitschoten | subordinate-clause, verleden tijd | kuitschieten |
| schiet kuit | gebiedende wijs | kuitschieten |
| schiete kuit | woordvorm | kuitschieten |
| schieten kuit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | kuitschieten |
| schoot kuit | verleden tijd | kuitschieten |
| schoten kuit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kuitschieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kuitschieten zijn vastgelegd.