Naar de inhoud

kruisjassen

kruisjas spelen

kruisjassen is meer dan één woord

kruisjassen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. kruisjas spelen

Vervoeging van kruisjassen

kruisjassenhele werkwoord — kruisjasteverleden tijd enkelvoud — kruisjastenverleden tijd meervoud — gekruisjastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kruisjas kruisjaste
jij kruisjast kruisjaste
hij, zij, het kruisjast kruisjaste
wij kruisjassen kruisjasten
jullie kruisjassen kruisjasten
zij kruisjassen kruisjasten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gekruisjast verleden tijd, deelwoord
gekruisjast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekruisjast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekruisjast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekruisjast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekruisjast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekruisjast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekruisjast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekruisjast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekruisjast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekruisjast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekruisjast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekruisjast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekruisjast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekruisjast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekruisjast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekruisjast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekruisjast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kruisjas gebiedende wijs
kruisjasse aanvoegende wijs
kruisjassend onvoltooid, deelwoord
kruisjaste verleden tijd
te hebben gekruisjast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kruisjassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kruisjassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekruisjast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekruisjast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekruisjast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekruisjast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekruisjast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekruisjast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekruisjast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekruisjast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekruisjast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekruisjast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekruisjast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekruisjast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekruisjast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kruisjassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekruisjast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kruisjassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kruisjas

Herkomst

In de betekenis van ‘kaartspel’ voor het eerst aangetroffen in 1887

Woordfamilie van kruisjassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekruisjast voltooid deelwoord kruisjassen
kruisjasse aanvoegende wijs kruisjassen
kruisjassend onvoltooid deelwoord kruisjassen
kruisjassende woordvorm kruisjassen
kruisjast aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kruisjassen
kruisjaste verleden tijd kruisjassen
kruisjasten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kruisjassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kruisjassen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kruisjassen

Wat is de betekenis van kruisjassen?
Kruisjassen is een werkwoord. De betekenis is: kruisjas spelen.
Hoe vervoeg ik kruisjassen?
Zo vervoeg je kruisjassen zo: de tegenwoordige tijd is kruisjas, de verleden tijd is kruisjaste en het voltooid deelwoord is gekruisjast. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kruisjassen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. R 2
  3. U 4
  4. I 1
  5. S 2
  6. J 4
  7. A 1
  8. S 2
  9. S 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kruisjassen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. R 2
  3. U 2
  4. I 2
  5. S 2
  6. J 4
  7. A 1
  8. S 2
  9. S 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kruisjassen in het kort

kruisjassen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van kruisjassen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kruisjassen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kruisjassen: kruisjas spelen
Deel kruisjassen — standaardnederlands.nl