kruisiging
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het ter dood brengen van iemand door hem aan een kruis te nagelen
zelfstandig naamwoord
- het executeren van een ter dood veroordeelde door hem aan een kruis te nagelen
- het op de onder [1] genoemde manier ter dood brengen van Jezus Christus, zoals deze gebeurtenis wordt beschreven in het Nieuwe Testament
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kruisigingen | meervoud |
| kruisigingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kruisigingetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van kruisigen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van kruisiging
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kruisigingen | meervoud | kruisiging |
| kruisigingetje | verkleinwoord | kruisiging |
| kruisigingetjes | verkleinwoord meervoud | kruisiging |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kruisiging zijn vastgelegd.