kruishout
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een door een blok hout verschuifbare liniaal, die is voorzien van een ijzeren punt, waarmee aftekenlijnen parallel met de zijkant van een werkstuk, kunnen worden gekrast
- metafoor voor 'het kruis'
zelfstandig naamwoord — neuter
- metafoor voor "het kruis"
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kruishouten | meervoud |
| kruishoutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kruishoutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kruis en hout
Woordfamilie van kruishout
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kruishouten | meervoud | kruishout |
| kruishoutje | verkleinwoord | kruishout |
| kruishoutjes | verkleinwoord meervoud | kruishout |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kruishout zijn vastgelegd.