kronkel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- herhaaldelijk sterk gekromde lijn of vorm
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kronkels | meervoud |
| kronkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kronkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kronkelen
- gebiedende wijs van kronkelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kronkelen
Vervoeging van kronkel
kronkelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘sterke kromming’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van kronkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kronkels | meervoud | kronkel |
| kronkeltje | verkleinwoord | kronkel |
| kronkeltjes | verkleinwoord meervoud | kronkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kronkel zijn vastgelegd.