Naar de inhoud

kromtrekken

vervorming van hout, planken enz. onder invloed van vochtigheid en/of temperatuursveranderingen

kromtrekken

werkwoord

Betekenis

  1. vervorming van hout, planken enz. onder invloed van vochtigheid en/of temperatuursveranderingen

Vervoeging van kromtrekken

kromtrekkenhele werkwoord — trok kromverleden tijd enkelvoud — trokken kromverleden tijd meervoud — kromgetrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trek krom trok krom
jij trekt krom trok krom
hij, zij, het trekt krom trok krom
wij trekken krom trokken krom
jullie trekken krom trokken krom
zij trekken krom trokken krom
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben kromgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent kromgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is kromgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is kromgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
krom te trekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
krom te zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
krom zal trekken bijzin, toekomende tijd
krom zou trekken bijzin, voorwaardelijk
krom zouden trekken bijzin, voorwaardelijk
krom zoudt trekken bijzin, voorwaardelijk
krom zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
krom zullen trekken bijzin, toekomende tijd
krom zult trekken bijzin, toekomende tijd
kromgetrokken verleden tijd, deelwoord
kromgetrokken te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
kromgetrokken zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
kromtrek bijzin, tegenwoordige tijd
kromtrekkend onvoltooid, deelwoord
kromtrekt bijzin, tegenwoordige tijd
kromtrok bijzin, verleden tijd
kromtrokken bijzin, verleden tijd
te zijn kromgetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kromtrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trek krom gebiedende wijs
trok krom verleden tijd
waart kromgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren kromgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren kromgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren kromgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was kromgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was kromgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was kromgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal kromgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal kromgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal kromgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal kromtrekken bijzin, toekomende tijd
zijn kromgetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn kromgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn kromgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn kromgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt kromgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou kromgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou kromgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou kromgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou kromtrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) kromtrekken krom zou(dt) trekken bijzin, voorwaardelijk
zouden kromgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden kromgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden kromgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden kromtrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt kromgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt kromtrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen kromgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen kromgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen kromgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kromtrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen kromtrekken bijzin, toekomende tijd
zult kromgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kromtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult kromtrekken bijzin, toekomende tijd
zult/zal kromtrekken krom zult/zal trekken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van krom en trekken

Woordfamilie van kromtrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kromgetrokken voltooid deelwoord kromtrekken
kromtrek subordinate-clause, tegenwoordige tijd kromtrekken
kromtrekke with-subordinate-clause kromtrekken
kromtrekkend onvoltooid deelwoord kromtrekken
kromtrekkende woordvorm kromtrekken
kromtrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd kromtrekken
kromtrok subordinate-clause, verleden tijd kromtrekken
kromtrokken subordinate-clause, verleden tijd kromtrekken
trek krom gebiedende wijs kromtrekken
trekke krom woordvorm kromtrekken
trekken krom aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon kromtrekken
trekt krom aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kromtrekken
trok krom verleden tijd kromtrekken
trokken krom aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kromtrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kromtrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kromtrekken

Wat betekent kromtrekken?
Kromtrekken is een werkwoord. Het woord betekent: vervorming van hout, planken enz. onder invloed van vochtigheid en/of temperatuursveranderingen.
Hoe vervoeg je kromtrekken?
Je vervoegt kromtrekken als volgt: het voltooid deelwoord is kromgetrokken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kromtrekken is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. T 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kromtrekken levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. T 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kromtrekken in het kort

kromtrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van kromtrekken zijn 47 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kromtrekken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kromtrekken: vervorming van hout, planken enz. onder invloed van vochtigheid en/of temperatuursveranderingen
Deel kromtrekken — standaardnederlands.nl