Naar de inhoud

krielen

krioelen, wemelen, wriemelen, zwermen

krielen is meer dan één woord

krielen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. krioelen, wemelen, wriemelen, zwermen
  2. friemelen, kriebelen

Vervoeging van krielen

krielenhele werkwoord — krieldeverleden tijd enkelvoud — krieldenverleden tijd meervoud — gekrieldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kriel krielde
jij krielt krielde
hij, zij, het krielt krielde
wij krielen krielden
jullie krielen krielden
zij krielen krielden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gekrield verleden tijd, deelwoord
gekrield te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekrield zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekrield voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekrield voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekrield voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekrield voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekrield voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekrield voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekrield voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekrield voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekrield actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekrield voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekrield voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekrield voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekrield voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekrield voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekrield voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kriel gebiedende wijs
krielde verleden tijd
kriele aanvoegende wijs
krielend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekrield actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te krielen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen krielen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekrield hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekrield hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekrield hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal krielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal krielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal krielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekrield hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekrield hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekrield hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou krielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou krielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou krielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekrield hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekrield hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekrield hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden krielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden krielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden krielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekrield hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt krielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekrield hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekrield hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekrield hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen krielen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen krielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen krielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen krielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekrield hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult krielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kriel

Woordfamilie van krielen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekrield voltooid deelwoord krielen
krielde verleden tijd krielen
krielden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon krielen
krielend onvoltooid deelwoord krielen
krielende woordvorm krielen
krielt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon krielen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krielen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over krielen

Wat betekent krielen?
Krielen is een werkwoord. Het woord betekent: krioelen, wemelen, wriemelen, zwermen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je krielen?
Je vervoegt krielen als volgt: de tegenwoordige tijd is kriel, de verleden tijd is krielde en het voltooid deelwoord is gekrield. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord krielen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. R 2
  3. I 1
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

krielen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. R 2
  3. I 2
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

krielen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

krielen in het kort

krielen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van krielen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort krielen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

krielen: krioelen, wemelen, wriemelen, zwermen
Deel krielen — standaardnederlands.nl