Naar de inhoud

krevelen

kriebelen, jeuken

krevelen

werkwoord

Betekenis

  1. kriebelen, jeuken
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van krevelen

krevelenhele werkwoord — kreveldeverleden tijd enkelvoud — kreveldenverleden tijd meervoud — gekreveldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik krevel krevelde
jij krevelt krevelde
hij, zij, het krevelt krevelde
wij krevelen krevelden
jullie krevelen krevelden
zij krevelen krevelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gekreveld verleden tijd, deelwoord
gekreveld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekreveld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekreveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekreveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekreveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekreveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekreveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekreveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekreveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekreveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekreveld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekreveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekreveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekreveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekreveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekreveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekreveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
krevel gebiedende wijs
krevelde verleden tijd
krevele aanvoegende wijs
krevelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekreveld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te krevelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen krevelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekreveld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekreveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekreveld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal krevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal krevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal krevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou krevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou krevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou krevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden krevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden krevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden krevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt krevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekreveld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekreveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekreveld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen krevelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen krevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen krevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen krevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekreveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult krevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van krevelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekreveld voltooid deelwoord krevelen
krevel gebiedende wijs krevelen
krevelde verleden tijd krevelen
krevelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon krevelen
krevele aanvoegende wijs krevelen
krevelend onvoltooid deelwoord krevelen
krevelende woordvorm krevelen
krevelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon krevelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krevelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over krevelen

Wat betekent krevelen?
Krevelen is een werkwoord. Het woord betekent: kriebelen, jeuken. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je krevelen?
Je vervoegt krevelen als volgt: de tegenwoordige tijd is krevel, de verleden tijd is krevelde en het voltooid deelwoord is gekreveld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord krevelen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. R 2
  3. E 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

krevelen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. R 2
  3. E 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

krevelen in het kort

krevelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van krevelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort krevelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

krevelen: kriebelen, jeuken
Deel krevelen — standaardnederlands.nl