kreunen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /krønə(n)/Betekenis
- ongearticuleerde geluiden maken, vaak van pijn of ander leed
Hoe spreek je kreunen uit?
/krønən/
Kreunen bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| ø | deur |
| n | nek |
| ə | de |
Vervoeging van kreunen
kreunenhele werkwoord — kreundeverleden tijd enkelvoud — kreundenverleden tijd meervoud — gekreundvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kreun | kreunde |
| jij | kreunt | kreunde |
| hij, zij, het | kreunt | kreunde |
| wij | kreunen | kreunden |
| jullie | kreunen | kreunden |
| zij | kreunen | kreunden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekreund | verleden tijd, deelwoord |
| gekreund te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekreund zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekreund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekreund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekreund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekreund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekreund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekreund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekreund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekreund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekreund | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekreund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekreund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekreund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekreund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekreund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekreund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kreun | gebiedende wijs |
| kreunde | verleden tijd |
| kreune | aanvoegende wijs |
| kreunend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekreund | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kreunen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kreunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekreund hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekreund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekreund hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekreund hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekreund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekreund hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kreunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekreund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kreunen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kreun
Herkomst
In de betekenis van ‘steunen’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van kreunen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekreund | voltooid deelwoord | kreunen |
| kreunde | verleden tijd | kreunen |
| kreunden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kreunen |
| kreune | aanvoegende wijs | kreunen |
| kreunt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kreunen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kreunen zijn vastgelegd.