krachttrainen
werkwoord ˈkrɑxtrenə(n)Betekenis
- stelselmatig oefeningen doen die de lichaamskracht te vergroten, vooral met gewichten
Hoe spreek je krachttrainen uit?
/ˈkrɑxtrenən/
Krachttrainen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| e | veel |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van krachttrainen
krachttrainenhele werkwoord — krachttraindeverleden tijd enkelvoud — krachttraindenverleden tijd meervoud — (gekrachttraind) *voltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | krachttrain | krachttrainde |
| jij | krachttraint | krachttrainde |
| hij, zij, het | krachttraint | krachttrainde |
| wij | krachttrainen | krachttrainden |
| jullie | krachttrainen | krachttrainden |
| zij | krachttrainen | krachttrainden |
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (gekrachttraind) * | verleden tijd, deelwoord |
| (krachttrainde) * | verleden tijd |
| er is gekrachttraind | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekrachttraind | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekrachttraind | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekrachttraind | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekrachttraind worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekrachttraind zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekrachttraind worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekrachttraind zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekrachttraind | verleden tijd, deelwoord |
| gekrachttraind te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekrachttraind zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekrachttraind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekrachttraind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekrachttraind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekrachttraind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekrachttraind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekrachttraind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekrachttraind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekrachttraind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekrachttraind | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekrachttraind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekrachttraind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekrachttraind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekrachttraind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekrachttraind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekrachttraind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| krachttrain | gebiedende wijs |
| krachttraine | aanvoegende wijs |
| krachttrainend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekrachttraind | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te krachttrainen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen krachttrainen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekrachttraind hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekrachttraind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekrachttraind hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekrachttraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekrachttraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekrachttraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekrachttraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekrachttraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekrachttraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekrachttraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekrachttraind hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekrachttraind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekrachttraind hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen krachttrainen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekrachttraind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult krachttrainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
gevormd als werkwoord bij krachttraining zn ; op te vatten als samenstelling van kracht zn en trainen ww
Woordfamilie van krachttrainen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekrachttraind | voltooid deelwoord | krachttrainen |
| krachttrain | gebiedende wijs | krachttrainen |
| krachttrainde | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon | krachttrainen |
| krachttrainden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | krachttrainen |
| krachttrainend | onvoltooid deelwoord | krachttrainen |
| krachttrainende | woordvorm | krachttrainen |
| krachttraint | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | krachttrainen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krachttrainen zijn vastgelegd.