Naar de inhoud

kouvatten

een infectie met het verkoudheidsvirus oplopen

kouvatten

werkwoord

Betekenis

  1. een infectie met het verkoudheidsvirus oplopen

Vervoeging van kouvatten

kouvattenhele werkwoord — vatte kouverleden tijd enkelvoud — vatten kouverleden tijd meervoud — kougevatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vat kou vatte kou
jij vat kou vatte kou
hij, zij, het vat kou vatte kou
wij vatten kou vatten kou
jullie vatten kou vatten kou
zij vatten kou vatten kou
Alle 72 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had kougevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had kougevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had kougevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden kougevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden kougevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden kougevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt kougevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben kougevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kou te vatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
kou te zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
kou zal vatten bijzin, toekomende tijd
kou zou vatten bijzin, voorwaardelijk
kou zouden vatten bijzin, voorwaardelijk
kou zoudt vatten bijzin, voorwaardelijk
kou zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
kou zullen vatten bijzin, toekomende tijd
kou zult vatten bijzin, toekomende tijd
kougevat verleden tijd, deelwoord
kougevat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
kougevat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
kouvat bijzin, tegenwoordige tijd
kouvatte bijzin, verleden tijd
kouvattend onvoltooid, deelwoord
te hebben kougevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kouvatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vat kou gebiedende wijs
vatte kou verleden tijd
zal kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal kouvatten bijzin, toekomende tijd
zou kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou kouvatten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) kouvatten kou zou(dt) vatten bijzin, voorwaardelijk
zouden kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden kouvatten bijzin, voorwaardelijk
zoudt kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt kouvatten bijzin, voorwaardelijk
zullen kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kouvatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen kouvatten bijzin, toekomende tijd
zult kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult kouvatten bijzin, toekomende tijd
zult/zal kouvatten kou zult/zal vatten bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van kouvatten

Vervoeging van kouvatten

kouvattenhele werkwoord — vatte kouverleden tijd enkelvoud — vatten kouverleden tijd meervoud — kougevatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vat kou vatte kou
jij vat kou vatte kou
hij, zij, het vat kou vatte kou
wij vatten kou vatten kou
jullie vatten kou vatten kou
zij vatten kou vatten kou
Alle 72 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had kougevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had kougevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had kougevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden kougevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden kougevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden kougevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt kougevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben kougevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft kougevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kou te vatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
kou te zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
kou zal vatten bijzin, toekomende tijd
kou zou vatten bijzin, voorwaardelijk
kou zouden vatten bijzin, voorwaardelijk
kou zoudt vatten bijzin, voorwaardelijk
kou zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
kou zullen vatten bijzin, toekomende tijd
kou zult vatten bijzin, toekomende tijd
kougevat verleden tijd, deelwoord
kougevat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
kougevat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
kouvat bijzin, tegenwoordige tijd
kouvatte bijzin, verleden tijd
kouvattend onvoltooid, deelwoord
te hebben kougevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kouvatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vat kou gebiedende wijs
vatte kou verleden tijd
zal kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal kouvatten bijzin, toekomende tijd
zou kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou kouvatten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) kouvatten kou zou(dt) vatten bijzin, voorwaardelijk
zouden kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden kouvatten bijzin, voorwaardelijk
zoudt kougevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt kouvatten bijzin, voorwaardelijk
zullen kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kouvatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen kouvatten bijzin, toekomende tijd
zult kougevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kouvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult kouvatten bijzin, toekomende tijd
zult/zal kouvatten kou zult/zal vatten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van kou en vatten

Woordfamilie van kouvatten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kougevat voltooid deelwoord kouvatten
kouvat subordinate-clause, tegenwoordige tijd kouvatten
kouvatte subordinate-clause, verleden tijd kouvatten
kouvattend onvoltooid deelwoord kouvatten
kouvattende woordvorm kouvatten
vat kou gebiedende wijs kouvatten
vatte kou verleden tijd kouvatten
vatten kou aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon kouvatten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kouvatten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kouvatten

Wat is de betekenis van kouvatten?
Kouvatten is een werkwoord. De betekenis is: een infectie met het verkoudheidsvirus oplopen.
Hoe vervoeg ik kouvatten?
Zo vervoeg je kouvatten zo: het voltooid deelwoord is kougevat. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kouvatten is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. O 1
  3. U 4
  4. V 4
  5. A 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kouvatten levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. O 1
  3. U 2
  4. V 4
  5. A 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kouvatten in het kort

kouvatten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van kouvatten staan er 41 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kouvatten bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kouvatten: een infectie met het verkoudheidsvirus oplopen
Deel kouvatten — standaardnederlands.nl