Naar de inhoud

kortwieken

een vogel het vliegvermogen ontnemen door de slagpennen te verwijderen

kortwieken

werkwoord

Betekenis

  1. een vogel het vliegvermogen ontnemen door de slagpennen te verwijderen
  2. overdrachtelijk het vermogen tot handelen van een persoon of organisatie drastisch inperken
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van kortwieken

kortwiekenhele werkwoord — kortwiekteverleden tijd enkelvoud — kortwiektenverleden tijd meervoud — gekortwiektvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kortwiek kortwiekte
jij kortwiekt kortwiekte
hij, zij, het kortwiekt kortwiekte
wij kortwieken kortwiekten
jullie kortwieken kortwiekten
zij kortwieken kortwiekten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekortwiekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekortwiekt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekortwiekt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekortwiekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekortwiekt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekortwiekt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekortwiekt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekortwiekt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekortwiekt verleden tijd, deelwoord
gekortwiekt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekortwiekt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekortwiekt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekortwiekt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekortwiekt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekortwiekt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekortwiekt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekortwiekt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekortwiekt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekortwiekt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekortwiekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekortwiekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekortwiekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekortwiekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekortwiekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekortwiekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekortwiekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekortwiekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kortwiek gebiedende wijs
kortwieke aanvoegende wijs
kortwiekend onvoltooid, deelwoord
kortwiekte verleden tijd
te hebben gekortwiekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kortwieken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kortwieken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekortwiekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekortwiekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekortwiekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekortwiekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekortwiekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekortwiekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekortwiekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekortwiekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekortwiekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekortwiekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekortwiekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekortwiekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekortwiekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekortwiekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekortwiekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekortwiekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekortwiekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekortwiekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekortwiekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekortwiekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekortwiekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekortwiekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekortwiekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekortwiekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekortwiekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekortwiekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekortwiekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekortwiekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekortwiekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekortwiekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekortwiekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekortwiekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekortwiekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekortwiekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekortwiekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekortwiekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekortwiekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekortwiekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekortwiekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekortwiekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekortwiekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekortwiekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekortwiekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekortwiekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekortwiekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekortwiekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekortwiekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekortwiekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekortwiekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekortwiekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekortwiekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekortwiekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekortwiekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekortwiekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekortwiekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekortwiekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekortwiekt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekortwiekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kortwieken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekortwiekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekortwiekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekortwiekt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kortwieken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘de slagpennen van een vogel wegnemen’ voor het eerst aangetroffen in 1717

Woordfamilie van kortwieken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekortwiekt voltooid deelwoord kortwieken
gekortwiekte woordvorm kortwieken
kortwiek gebiedende wijs kortwieken
kortwieke aanvoegende wijs kortwieken
kortwiekend onvoltooid deelwoord kortwieken
kortwiekende woordvorm kortwieken
kortwiekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kortwieken
kortwiekte verleden tijd kortwieken
kortwiekten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kortwieken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kortwieken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kortwieken

Wat betekent kortwieken?
Kortwieken is een werkwoord. Het woord betekent: een vogel het vliegvermogen ontnemen door de slagpennen te verwijderen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je kortwieken?
Je vervoegt kortwieken als volgt: de tegenwoordige tijd is kortwiek, de verleden tijd is kortwiekte en het voltooid deelwoord is gekortwiekt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kortwieken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. O 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. W 5
  6. I 1
  7. E 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kortwieken levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. O 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. W 5
  6. I 2
  7. E 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kortwieken in het kort

kortwieken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van kortwieken zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kortwieken bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kortwieken: een vogel het vliegvermogen ontnemen door de slagpennen te verwijderen
Deel kortwieken — standaardnederlands.nl