Naar de inhoud

kortsluiten

een voortijdige verbinding in een stroomkring maken die de belasting omzeilt

kortsluiten

werkwoord ˈkɔrtslœytə(n)

Betekenis

  1. een voortijdige verbinding in een stroomkring maken die de belasting omzeilt
  2. snel iets in overeenstemming brengen met, snel iets afstemmen op

Hoe spreek je kortsluiten uit?

/ˈkɔrtslœytən/

Kortsluiten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkɔrtslœytən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɔ bot
r rood
t tak
s sok
l land
œy huis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van kortsluiten

kortsluitenhele werkwoord — sloot kortverleden tijd enkelvoud — sloten kortverleden tijd meervoud — kortgeslotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sluit kort sloot kort
jij sluit kort sloot kort
hij, zij, het sluit kort sloot kort
wij sluiten kort sloten kort
jullie sluiten kort sloten kort
zij sluiten kort sloten kort
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is kortgesloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was kortgesloten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd kortgesloten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt kortgesloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal kortgesloten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal kortgesloten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou kortgesloten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou kortgesloten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had kortgesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had kortgesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had kortgesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden kortgesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden kortgesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden kortgesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt kortgesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben kortgesloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kort te sluiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
kort te zullen sluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
kort zal sluiten bijzin, toekomende tijd
kort zou sluiten bijzin, voorwaardelijk
kort zouden sluiten bijzin, voorwaardelijk
kort zoudt sluiten bijzin, voorwaardelijk
kort zullen sluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
kort zullen sluiten bijzin, toekomende tijd
kort zult sluiten bijzin, toekomende tijd
kortgesloten verleden tijd, deelwoord
kortgesloten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
kortgesloten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
kortgesloten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
kortgesloten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
kortgesloten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
kortgesloten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
kortgesloten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
kortgesloten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
kortgesloten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
kortgesloten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
kortsloot bijzin, verleden tijd
kortsloten bijzin, verleden tijd
kortsluit bijzin, tegenwoordige tijd
kortsluitend onvoltooid, deelwoord
sloot kort verleden tijd
sluit kort gebiedende wijs
te hebben kortgesloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kortsluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart kortgesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren kortgesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren kortgesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren kortgesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was kortgesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was kortgesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was kortgesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd kortgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd kortgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd kortgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden kortgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden kortgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden kortgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt kortgesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word kortgesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden kortgesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden kortgesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden kortgesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt kortgesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt kortgesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal kortgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal kortgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal kortgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kortgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal kortgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal kortgesloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal kortgesloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kortsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kortsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kortsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal kortsluiten bijzin, toekomende tijd
zijn kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt kortgesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou kortgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou kortgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou kortgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kortgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou kortgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou kortgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou kortgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou kortgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou kortgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kortsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kortsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kortsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou kortsluiten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) kortsluiten kort zou(dt) sluiten bijzin, voorwaardelijk
zouden kortgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden kortgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden kortgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kortgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kortgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kortgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kortgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden kortgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden kortgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kortsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kortsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kortsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden kortsluiten bijzin, voorwaardelijk
zoudt kortgesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kortgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kortgesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kortsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt kortsluiten bijzin, voorwaardelijk
zullen kortgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen kortgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen kortgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kortgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kortgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kortgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kortgesloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen kortgesloten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen kortgesloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kortsluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kortsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kortsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kortsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen kortsluiten bijzin, toekomende tijd
zult kortgesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kortgesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van kort en sluiten

Woordfamilie van kortsluiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kortgesloten voltooid deelwoord kortsluiten
kortsloot subordinate-clause, verleden tijd kortsluiten
kortsloten subordinate-clause, verleden tijd kortsluiten
kortsluit subordinate-clause, tegenwoordige tijd kortsluiten
kortsluite with-subordinate-clause kortsluiten
kortsluitend onvoltooid deelwoord kortsluiten
kortsluitende woordvorm kortsluiten
sloot kort verleden tijd kortsluiten
sloten kort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kortsluiten
sluit kort gebiedende wijs kortsluiten
sluite kort woordvorm kortsluiten
sluiten kort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon kortsluiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kortsluiten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kortsluiten

Hoe spreek ik kortsluiten uit?
Zo spreek je kortsluiten uit: /ˈkɔrtslœytə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van kortsluiten?
Kortsluiten is een werkwoord. De betekenis is: een voortijdige verbinding in een stroomkring maken die de belasting omzeilt. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kortsluiten?
Zo vervoeg je kortsluiten zo: het voltooid deelwoord is kortgesloten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kortsluiten is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. O 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. S 2
  6. L 3
  7. U 4
  8. I 1
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kortsluiten levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. O 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. S 2
  6. L 3
  7. U 2
  8. I 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kortsluiten in het kort

kortsluiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kortsluiten staan er 86 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kortsluiten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kortsluiten: een voortijdige verbinding in een stroomkring maken die de belasting omzeilt
Deel kortsluiten — standaardnederlands.nl