koprollen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een koprol maken
Vervoeging van koprollen
koprollenhele werkwoord — koproldeverleden tijd enkelvoud — koproldenverleden tijd meervoud — gekoproldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | koprol | koprolde |
| jij | koprolt | koprolde |
| hij, zij, het | koprolt | koprolde |
| wij | koprollen | koprolden |
| jullie | koprollen | koprolden |
| zij | koprollen | koprolden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekoprold | verleden tijd, deelwoord |
| gekoprold te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekoprold zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekoprold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekoprold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekoprold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekoprold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekoprold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekoprold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekoprold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekoprold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekoprold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekoprold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekoprold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekoprold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekoprold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekoprold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekoprold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| koprol | gebiedende wijs |
| koprolde | verleden tijd |
| koprolle | aanvoegende wijs |
| koprollend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekoprold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te koprollen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen koprollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekoprold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekoprold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekoprold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekoprold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekoprold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekoprold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekoprold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekoprold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekoprold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekoprold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekoprold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekoprold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekoprold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen koprollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekoprold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult koprollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord koprol
Herkomst
samenstelling van kop zn en rollen ww
Woordfamilie van koprollen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekoprold | voltooid deelwoord | koprollen |
| koprolde | verleden tijd | koprollen |
| koprolden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | koprollen |
| koprolle | aanvoegende wijs | koprollen |
| koprollend | onvoltooid deelwoord | koprollen |
| koprollende | woordvorm | koprollen |
| koprolt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | koprollen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koprollen zijn vastgelegd.