kopjeduikelen
werkwoordBetekenis
- een koprol maken
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van kopjeduikelen
kopjeduikelenhele werkwoord — duikelde kopjeverleden tijd enkelvoud — duikelden kopjeverleden tijd meervoud — kopjegeduikeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | duikel kopje | duikelde kopje |
| jij | duikelt kopje | duikelde kopje |
| hij, zij, het | duikelt kopje | duikelde kopje |
| wij | duikelen kopje | duikelden kopje |
| jullie | duikelen kopje | duikelden kopje |
| zij | duikelen kopje | duikelden kopje |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| duikel kopje | gebiedende wijs |
| duikelde kopje | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had kopjegeduikeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had kopjegeduikeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had kopjegeduikeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden kopjegeduikeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden kopjegeduikeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden kopjegeduikeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt kopjegeduikeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb kopjegeduikeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben kopjegeduikeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben kopjegeduikeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben kopjegeduikeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben kopjegeduikeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt kopjegeduikeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft kopjegeduikeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft kopjegeduikeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kopje te duikelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| kopje te zullen duikelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kopje zal duikelen | bijzin, toekomende tijd |
| kopje zou duikelen | bijzin, voorwaardelijk |
| kopje zouden duikelen | bijzin, voorwaardelijk |
| kopje zoudt duikelen | bijzin, voorwaardelijk |
| kopje zullen duikelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| kopje zullen duikelen | bijzin, toekomende tijd |
| kopje zult duikelen | bijzin, toekomende tijd |
| kopjeduikel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| kopjeduikelde | bijzin, verleden tijd |
| kopjeduikelden | bijzin, verleden tijd |
| kopjeduikelend | onvoltooid, deelwoord |
| kopjeduikelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| kopjegeduikeld | verleden tijd, deelwoord |
| kopjegeduikeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kopjegeduikeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben kopjegeduikeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kopjeduikelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal kopjeduikelen | bijzin, toekomende tijd |
| zal kopjegeduikeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal kopjegeduikeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal kopjegeduikeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou kopjeduikelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou kopjegeduikeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou kopjegeduikeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou kopjegeduikeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) kopjeduikelen kopje zou(dt) duikelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden kopjeduikelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden kopjegeduikeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden kopjegeduikeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden kopjegeduikeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt kopjeduikelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt kopjegeduikeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen kopjeduikelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen kopjeduikelen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen kopjegeduikeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen kopjegeduikeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen kopjegeduikeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult kopjeduikelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult kopjeduikelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult kopjegeduikeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal kopjeduikelen kopje zult/zal duikelen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van kopje en duikelen
Woordfamilie van kopjeduikelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| duikel kopje | gebiedende wijs | kopjeduikelen |
| duikelde kopje | verleden tijd | kopjeduikelen |
| duikelden kopje | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kopjeduikelen |
| duikele kopje | woordvorm | kopjeduikelen |
| duikelen kopje | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | kopjeduikelen |
| duikelt kopje | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kopjeduikelen |
| kopjeduikel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | kopjeduikelen |
| kopjeduikelde | subordinate-clause, verleden tijd | kopjeduikelen |
| kopjeduikelden | subordinate-clause, verleden tijd | kopjeduikelen |
| kopjeduikele | with-subordinate-clause | kopjeduikelen |
| kopjeduikelend | onvoltooid deelwoord | kopjeduikelen |
| kopjeduikelende | woordvorm | kopjeduikelen |
| kopjeduikelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | kopjeduikelen |
| kopjegeduikeld | voltooid deelwoord | kopjeduikelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kopjeduikelen zijn vastgelegd.