koolzaad
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het zaad van een koolplant waaruit men olie kan winnen
- plant met gele bloemen die de bron is voor koolzaad
zelfstandig naamwoord — neuter
- Brassica napus een een- of tweejarige plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Het is een alloploïde plant, die ontstaan is uit een kruising van Brassica rapa en Brassica oleracea
- zaad van een koolplant, Brassica napus, waaruit men olie kan winnen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koolzaadje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koolzaadjes | verkleinwoord, meervoud |
| koolzaden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kool zn en zaad zn
Woordfamilie van koolzaad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koolzaadje | verkleinwoord | koolzaad |
| koolzaadjes | verkleinwoord meervoud | koolzaad |
| koolzaden | meervoud | koolzaad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koolzaad zijn vastgelegd.