koolwitje
zelfstandig naamwoordBetekenis
- geel-witte vlinder met zwarte vlekken, waarvan de rups zich o.a. met kool (boerenkool en spruitkool) voedt
zelfstandig naamwoord — neuter
- Pieris geel-witte vlinder met zwarte vlekken, waarvan de rups zich o.a. met kool (boerenkool en spruitkool) voedt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koolwitjes | meervoud |
Herkomst
alleen verkleinwoord; samenstelling van kool en witje
Woordfamilie van koolwitje
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koolwitjes | meervoud | koolwitje |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koolwitje zijn vastgelegd.