konterfeiten
werkwoordBetekenis
- afbeelden, uitschilderen
Vervoeging van konterfeiten
konterfeitenhele werkwoord — konterfeitteverleden tijd enkelvoud — konterfeittenverleden tijd meervoud — gekonterfeitvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | konterfeit | konterfeitte |
| jij | konterfeit | konterfeitte |
| hij, zij, het | konterfeit | konterfeitte |
| wij | konterfeiten | konterfeitten |
| jullie | konterfeiten | konterfeitten |
| zij | konterfeiten | konterfeitten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekonterfeit | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekonterfeit | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekonterfeit | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekonterfeit | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekonterfeit worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekonterfeit zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekonterfeit worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekonterfeit zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekonterfeit | verleden tijd, deelwoord |
| gekonterfeit te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekonterfeit te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekonterfeit te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekonterfeit te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekonterfeit te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekonterfeit worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekonterfeit zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekonterfeit zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekonterfeit zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekonterfeit zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekonterfeit | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| konterfeit | gebiedende wijs |
| konterfeite | aanvoegende wijs |
| konterfeitend | onvoltooid, deelwoord |
| konterfeitte | verleden tijd |
| te hebben gekonterfeit | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te konterfeiten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen konterfeiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekonterfeit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekonterfeit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekonterfeit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekonterfeit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekonterfeit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekonterfeit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekonterfeit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekonterfeit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekonterfeit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekonterfeit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekonterfeit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekonterfeit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekonterfeit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekonterfeit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekonterfeit hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekonterfeit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekonterfeit hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekonterfeit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekonterfeit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekonterfeit zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekonterfeit zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekonterfeit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekonterfeit hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekonterfeit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekonterfeit hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekonterfeit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekonterfeit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekonterfeit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekonterfeit zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekonterfeit zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekonterfeit zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekonterfeit hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekonterfeit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekonterfeit hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekonterfeit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekonterfeit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekonterfeit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekonterfeit zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekonterfeit zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekonterfeit zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekonterfeit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekonterfeit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekonterfeit zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekonterfeit hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekonterfeit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekonterfeit hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekonterfeit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekonterfeit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekonterfeit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekonterfeit zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekonterfeit zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekonterfeit zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen konterfeiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekonterfeit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekonterfeit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekonterfeit zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult konterfeiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afbeelden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1277
Woordfamilie van konterfeiten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekonterfeit | voltooid deelwoord | konterfeiten |
| gekonterfeite | woordvorm | konterfeiten |
| konterfeit | gebiedende wijs | konterfeiten |
| konterfeite | aanvoegende wijs | konterfeiten |
| konterfeitend | onvoltooid deelwoord | konterfeiten |
| konterfeitende | woordvorm | konterfeiten |
| konterfeitte | verleden tijd | konterfeiten |
| konterfeitten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | konterfeiten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van konterfeiten zijn vastgelegd.