| ev. |
gebiedende wijs
|
| gekondschapt |
verleden tijd, deelwoord
|
| gekondschapt te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gekondschapt zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gekondschapt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gekondschapt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gekondschapt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gekondschapt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gekondschapt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gekondschapt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gekondschapt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gekondschapt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gekondschapt |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gekondschapt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gekondschapt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gekondschapt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gekondschapt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gekondschapt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gekondschapt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| kondschap |
gebiedende wijs
|
| kondschappe |
aanvoegende wijs
|
| kondschappend |
onvoltooid, deelwoord
|
| kondschapte |
verleden tijd
|
| te hebben gekondschapt |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te kondschappen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen kondschappen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| zal gekondschapt hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gekondschapt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gekondschapt hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zou gekondschapt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gekondschapt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gekondschapt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gekondschapt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gekondschapt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gekondschapt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gekondschapt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gekondschapt hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gekondschapt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gekondschapt hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen kondschappen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gekondschapt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult kondschappen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|