koloniseren
werkwoordBetekenis
- koloniën vormen
Vervoeging van koloniseren
koloniserenhele werkwoord — koloniseerdeverleden tijd enkelvoud — koloniseerdenverleden tijd meervoud — gekoloniseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | koloniseer | koloniseerde |
| jij | koloniseert | koloniseerde |
| hij, zij, het | koloniseert | koloniseerde |
| wij | koloniseren | koloniseerden |
| jullie | koloniseren | koloniseerden |
| zij | koloniseren | koloniseerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gekoloniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekoloniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekoloniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekoloniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekoloniseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekoloniseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekoloniseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekoloniseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekoloniseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gekoloniseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekoloniseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekoloniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| koloniseer | gebiedende wijs |
| koloniseerde | verleden tijd |
| kolonisere | aanvoegende wijs |
| koloniserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekoloniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te koloniseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen koloniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen koloniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult koloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse coloniser (met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van koloniseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koloniseer | gebiedende wijs | koloniseren |
| koloniseerde | verleden tijd | koloniseren |
| koloniseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | koloniseren |
| koloniseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | koloniseren |
| kolonisere | aanvoegende wijs | koloniseren |
| koloniserend | onvoltooid deelwoord | koloniseren |
| koloniserende | woordvorm | koloniseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koloniseren zijn vastgelegd.