Naar de inhoud

knotten

(bijv. van wilgenbomen) van de top of van zijscheuten ontdoen

knotten is meer dan één woord

knotten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. (bijv. van wilgenbomen) van de top of van zijscheuten ontdoen
  2. van de top ontdoen, respectievelijk afsnijden
  3. onderdrukken, breken

werkwoord

  1. van de top of van zijscheuten ontdoen transitive

Vervoeging van knotten

knottenhele werkwoord — knotteverleden tijd enkelvoud — geknotvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik knot knotte
jij knot knotte
hij, zij, het knot knotte
wij knotten —
jullie knotten —
zij knotten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geknot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geknot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geknot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geknot impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geknot impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geknot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geknot worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geknot zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geknot worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geknot zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geknot verleden tijd, deelwoord
geknot te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geknot te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geknot te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geknot te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geknot te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geknot worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geknot zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geknot zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geknot zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geknot zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geknot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geknot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geknot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geknot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geknot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geknot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geknot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geknot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geknot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geknot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geknot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geknot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geknot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geknot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geknot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geknot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geknot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
knot gebiedende wijs
knotte verleden tijd
knotte aanvoegende wijs
knottend onvoltooid, deelwoord
te hebben geknot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te knotten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen knotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geknot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geknot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geknot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geknot voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geknot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geknot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geknot voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geknot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geknot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geknot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geknot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geknot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geknot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geknot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geknot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geknot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geknot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geknot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geknot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geknot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geknot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geknot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geknot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geknot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geknot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geknot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geknot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal knotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal knotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal knotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geknot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geknot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geknot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geknot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geknot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geknot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geknot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geknot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geknot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geknot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geknot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geknot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geknot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou knotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou knotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou knotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geknot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geknot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geknot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geknot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geknot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geknot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geknot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geknot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geknot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden knotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden knotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden knotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geknot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geknot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geknot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt knotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geknot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geknot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geknot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geknot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geknot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geknot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geknot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geknot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geknot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen knotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen knotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen knotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen knotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geknot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geknot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geknot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult knotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord knot

Woordfamilie van knotten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geknot voltooid deelwoord knotten
geknotte woordvorm knotten
knotte verleden tijd knotten
knottend onvoltooid deelwoord knotten
knottende woordvorm knotten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knotten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over knotten

Wat betekent knotten?
Knotten is een werkwoord. Het woord betekent: (bijv. van wilgenbomen) van de top of van zijscheuten ontdoen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je knotten?
Je vervoegt knotten als volgt: de tegenwoordige tijd is knot, de verleden tijd is knotte en het voltooid deelwoord is geknot. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord knotten is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. N 1
  3. O 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

knotten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 91 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. N 1
  3. O 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 91 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

knotten telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

knotten in het kort

knotten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van knotten zijn 72 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort knotten bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

knotten: (bijv. van wilgenbomen) van de top of van zijscheuten ontdoen
Deel knotten — standaardnederlands.nl