knooppunt
zelfstandig naamwoord ˈknopʏntBetekenis
- een kruispunt van twee of meer grote wegen
- het punt waar twee rechte stukken van een open of gesloten veelhoek bij elkaar komen
- een plaats waar spoorwegen uit verschillende richtingen bijeenkomen, vaak voorzien van een station en/of een rangeerterrein
- punt in een netwerk waar stromen samenkomen of zich verdelen
Hoe spreek je knooppunt uit?
/ˈknopʏnt/
Knooppunt bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| n | nek |
| o | boot |
| p | pak |
| ʏ | put |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knooppunten | meervoud |
| knooppuntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| knooppuntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van knoop en punt
Woordfamilie van knooppunt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knooppunten | meervoud | knooppunt |
| knooppuntje | verkleinwoord | knooppunt |
| knooppuntjes | verkleinwoord meervoud | knooppunt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knooppunt zijn vastgelegd.