Naar de inhoud

knisteren

een knetterend geluid maken

knisteren

werkwoord

Betekenis

  1. een knetterend geluid maken

Vervoeging van knisteren

knisterenhele werkwoord — knisterdeverleden tijd enkelvoud — knisterdenverleden tijd meervoud — geknisterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik knister knisterde
jij knistert knisterde
hij, zij, het knistert knisterde
wij knisteren knisterden
jullie knisteren knisterden
zij knisteren knisterden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geknisterd verleden tijd, deelwoord
geknisterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geknisterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geknisterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geknisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geknisterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geknisterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geknisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geknisterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geknisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geknisterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geknisterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geknisterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geknisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geknisterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geknisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geknisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geknisterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
knister gebiedende wijs
knisterde verleden tijd
knistere aanvoegende wijs
knisterend onvoltooid, deelwoord
te hebben geknisterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te knisteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen knisteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geknisterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geknisterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geknisterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal knisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal knisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal knisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geknisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geknisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geknisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou knisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou knisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou knisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geknisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geknisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geknisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden knisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden knisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden knisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geknisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt knisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geknisterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geknisterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geknisterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen knisteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen knisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen knisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen knisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geknisterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult knisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘een knetterend geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1864

Woordfamilie van knisteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geknisterd voltooid deelwoord knisteren
knister gebiedende wijs knisteren
knisterde verleden tijd knisteren
knisterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon knisteren
knistere aanvoegende wijs knisteren
knisterend onvoltooid deelwoord knisteren
knisterende woordvorm knisteren
knistert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon knisteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knisteren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over knisteren

Wat is de betekenis van knisteren?
Knisteren is een werkwoord. De betekenis is: een knetterend geluid maken.
Hoe vervoeg ik knisteren?
Zo vervoeg je knisteren zo: de tegenwoordige tijd is knister, de verleden tijd is knisterde en het voltooid deelwoord is geknisterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord knisteren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. N 1
  3. I 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

knisteren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. N 1
  3. I 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

knisteren in het kort

knisteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van knisteren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort knisteren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

knisteren: een knetterend geluid maken
Deel knisteren — standaardnederlands.nl