kniezen
werkwoordBetekenis
- zich in sombere of wrokkige gedachten wentelen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van kniezen
kniezenhele werkwoord — kniesdeverleden tijd enkelvoud — kniesdenverleden tijd meervoud — gekniesdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | knies | kniesde |
| jij | kniest | kniesde |
| hij, zij, het | kniest | kniesde |
| wij | kniezen | kniesden |
| jullie | kniezen | kniesden |
| zij | kniezen | kniesden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekniesd | verleden tijd, deelwoord |
| gekniesd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekniesd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekniesd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekniesd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekniesd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekniesd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekniesd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekniesd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekniesd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekniesd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekniesd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekniesd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekniesd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekniesd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekniesd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekniesd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekniesd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| knies | gebiedende wijs |
| kniesde | verleden tijd |
| knieze | aanvoegende wijs |
| kniezend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekniesd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kniezen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kniezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekniesd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekniesd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekniesd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekniesd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekniesd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekniesd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekniesd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekniesd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekniesd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekniesd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekniesd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekniesd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekniesd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kniezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekniesd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kniezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘overdreven treuren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1635
Woordfamilie van kniezen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekniesd | voltooid deelwoord | kniezen |
| knies | gebiedende wijs | kniezen |
| kniesde | verleden tijd | kniezen |
| kniesden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kniezen |
| kniest | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kniezen |
| knieze | aanvoegende wijs | kniezen |
| kniezend | onvoltooid deelwoord | kniezen |
| kniezende | woordvorm | kniezen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kniezen zijn vastgelegd.