kneuzen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- letsel aan onderhuids weefsel oplopen door stomp geweld
Vervoeging van kneuzen
kneuzenhele werkwoord — kneusdeverleden tijd enkelvoud — kneusdenverleden tijd meervoud — gekneusdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kneus | kneusde |
| jij | kneust | kneusde |
| hij, zij, het | kneust | kneusde |
| wij | kneuzen | kneusden |
| jullie | kneuzen | kneusden |
| zij | kneuzen | kneusden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is gekneusd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekneusd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekneusd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekneusd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekneusd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekneusd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekneusd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekneusd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekneusd | verleden tijd, deelwoord |
| gekneusd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekneusd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekneusd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekneusd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekneusd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekneusd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekneusd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekneusd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekneusd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekneusd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekneusd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekneusd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekneusd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekneusd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekneusd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekneusd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekneusd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekneusd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekneusd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekneusd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekneusd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekneusd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekneusd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekneusd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekneusd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekneusd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kneus | gebiedende wijs |
| kneusde | verleden tijd |
| kneuze | aanvoegende wijs |
| kneuzend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekneusd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kneuzen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kneuzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gekneusd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekneusd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekneusd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gekneusd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gekneusd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekneusd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekneusd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekneusd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekneusd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekneusd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekneusd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekneusd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou gekneusd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekneusd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekneusd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekneusd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekneusd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekneusd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekneusd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekneusd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekneusd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekneusd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekneusd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekneusd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekneusd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekneusd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekneusd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekneusd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kneuzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekneusd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kneuzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kneus
Herkomst
In de betekenis van ‘beschadigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1348
Woordfamilie van kneuzen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kneusde | verleden tijd | kneuzen |
| kneusden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kneuzen |
| kneust | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kneuzen |
| kneuze | aanvoegende wijs | kneuzen |
| kneuzend | onvoltooid deelwoord | kneuzen |
| kneuzende | woordvorm | kneuzen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kneuzen zijn vastgelegd.