knapper
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- iemand die of iets dat een knappend geluid maakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knappers | meervoud |
| knappertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| knappertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van knap
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knapperen
- gebiedende wijs van knapperen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knapperen
Vervoeging van knapper
knapperhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van knappen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van knapper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knappertje | verkleinwoord | knapper |
| knappertjes | verkleinwoord meervoud | knapper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knapper zijn vastgelegd.