Naar de inhoud

klutsen

door elkaar slaand mengen

klutsen is meer dan één woord

klutsen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. door elkaar slaand mengen

Vervoeging van klutsen

klutsenhele werkwoord — klutsteverleden tijd enkelvoud — klutstenverleden tijd meervoud — geklutstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kluts klutste
jij klutst klutste
hij, zij, het klutst klutste
wij klutsen klutsten
jullie klutsen klutsten
zij klutsen klutsten
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is geklutst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geklutst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geklutst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geklutst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geklutst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geklutst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geklutst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geklutst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geklutst verleden tijd, deelwoord
geklutst te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geklutst te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geklutst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklutst te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklutst te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklutst worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geklutst zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geklutst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geklutst zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geklutst zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geklutst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geklutst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geklutst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geklutst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geklutst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geklutst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geklutst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geklutst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geklutst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geklutst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geklutst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geklutst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geklutst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geklutst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geklutst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geklutst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kluts gebiedende wijs
klutse aanvoegende wijs
klutsend onvoltooid, deelwoord
klutste verleden tijd
te hebben geklutst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te klutsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen klutsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren geklutst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geklutst voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geklutst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden geklutst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden geklutst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geklutst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal geklutst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklutst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geklutst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geklutst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geklutst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal klutsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal klutsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal klutsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geklutst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou geklutst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklutst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklutst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geklutst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geklutst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou klutsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou klutsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou klutsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geklutst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geklutst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geklutst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geklutst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geklutst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden klutsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden klutsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden klutsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geklutst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt klutsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geklutst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geklutst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geklutst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geklutst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geklutst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen klutsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen klutsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen klutsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen klutsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geklutst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult klutsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kluts

Herkomst

In de betekenis van ‘door kloppen dooreenmengen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1410

Woordfamilie van klutsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geklutst voltooid deelwoord klutsen
geklutste woordvorm klutsen
klutse aanvoegende wijs klutsen
klutsend onvoltooid deelwoord klutsen
klutsende woordvorm klutsen
klutst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon klutsen
klutste verleden tijd klutsen
klutsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon klutsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klutsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over klutsen

Wat betekent klutsen?
Klutsen is een werkwoord. Het woord betekent: door elkaar slaand mengen.
Hoe vervoeg je klutsen?
Je vervoegt klutsen als volgt: de tegenwoordige tijd is kluts, de verleden tijd is klutste en het voltooid deelwoord is geklutst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord klutsen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. L 3
  3. U 4
  4. T 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

klutsen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. L 3
  3. U 2
  4. T 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

klutsen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

klutsen in het kort

klutsen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van klutsen zijn 65 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort klutsen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

klutsen: door elkaar slaand mengen
Deel klutsen — standaardnederlands.nl