klepbroek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een broek met een klep als sluiting
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klepbroeken | meervoud |
| klepbroekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klepbroekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van klep en broek
Woordfamilie van klepbroek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klepbroeken | meervoud | klepbroek |
| klepbroekje | verkleinwoord | klepbroek |
| klepbroekjes | verkleinwoord meervoud | klepbroek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klepbroek zijn vastgelegd.