klaverjassen
werkwoordBetekenis
- een kaartspel spelen met twee paren tegenstanders, waarbij slagen met troef en roem gemaakt worden
Vervoeging van klaverjassen
klaverjassenhele werkwoord — klaverjasteverleden tijd enkelvoud — klaverjastenverleden tijd meervoud — geklaverjastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | klaverjas | klaverjaste |
| jij | klaverjast | klaverjaste |
| hij, zij, het | klaverjast | klaverjaste |
| wij | klaverjassen | klaverjasten |
| jullie | klaverjassen | klaverjasten |
| zij | klaverjassen | klaverjasten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geklaverjast | verleden tijd, deelwoord |
| geklaverjast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geklaverjast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geklaverjast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geklaverjast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geklaverjast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geklaverjast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geklaverjast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geklaverjast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geklaverjast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geklaverjast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklaverjast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geklaverjast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklaverjast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geklaverjast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geklaverjast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklaverjast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklaverjast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| klaverjas | gebiedende wijs |
| klaverjasse | aanvoegende wijs |
| klaverjassend | onvoltooid, deelwoord |
| klaverjaste | verleden tijd |
| te hebben geklaverjast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te klaverjassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen klaverjassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geklaverjast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geklaverjast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geklaverjast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geklaverjast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geklaverjast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geklaverjast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geklaverjast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geklaverjast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geklaverjast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geklaverjast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geklaverjast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geklaverjast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geklaverjast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen klaverjassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geklaverjast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult klaverjassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘een bepaald kaartspel spelen’ voor het eerst aangetroffen in 1710
Woordfamilie van klaverjassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geklaverjast | voltooid deelwoord | klaverjassen |
| klaverjas | gebiedende wijs | klaverjassen |
| klaverjasse | aanvoegende wijs | klaverjassen |
| klaverjassend | onvoltooid deelwoord | klaverjassen |
| klaverjassende | woordvorm | klaverjassen |
| klaverjast | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | klaverjassen |
| klaverjaste | verleden tijd | klaverjassen |
| klaverjasten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | klaverjassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klaverjassen zijn vastgelegd.