kit
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- verzamelnaam voor dikvloeibare materialen, gebruikt voor verlijming of afdichting
- metalen kan, met name gebruikt voor kolen
- een kistje of etui met gereedschap of toebehoor
- wie
- jullie
zelfstandig naamwoord
- / en verzamelnaam voor dikvloeibare materialen, gebruikt voor verlijming of afdichting feminine, masculine, neuter
- / metalen kan, met name gebruikt voor kolen feminine, masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kitje | verkleinwoord, tweede persoon |
| kitje | verkleinwoord, derde persoon |
| kitjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| kits | enkelvoud |
| kitten | enkelvoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van kitten
- gebiedende wijs van kitten
Vervoeging van kit
kithele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘lijm’ voor het eerst aangetroffen in 1860
Woordfamilie van kit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kitje | verkleinwoord, 2e persoon | kit |
| kitjes | verkleinwoord | kit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kit zijn vastgelegd.