kisten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een kisting of kist maken
- een lijk in de doodkist leggen
Vervoeging van kisten
kistenhele werkwoord — kistteverleden tijd enkelvoud — kisttenverleden tijd meervoud — gekistvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kist | kistte |
| jij | kist | kistte |
| hij, zij, het | kist | kistte |
| wij | kisten | kistten |
| jullie | kisten | kistten |
| zij | kisten | kistten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekist | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekist | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekist worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekist zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekist worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekist zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekist | verleden tijd, deelwoord |
| gekist te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekist te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekist te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekist te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekist te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekist worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekist zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekist zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekist zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekist zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kist | gebiedende wijs |
| kiste | aanvoegende wijs |
| kistend | onvoltooid, deelwoord |
| kistte | verleden tijd |
| te hebben gekist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kisten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kisten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kisten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kist
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van kissen
Vervoeging van kisten
kistenhele werkwoord
Woordfamilie van kisten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kistend | onvoltooid deelwoord | kisten |
| kistende | woordvorm | kisten |
| kistte | verleden tijd | kisten |
| kistten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kisten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kisten zijn vastgelegd.