kijven
werkwoordBetekenis
- ruzie maken, een woordenstrijd hebben
Vervoeging van kijven
kijvenhele werkwoord — keefverleden tijd enkelvoud — kevenverleden tijd meervoud — (gekijfd*)voltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kijf | keef |
| jij | kijft | keef |
| hij, zij, het | kijft | keef |
| wij | kijven | keven |
| jullie | kijven | keven |
| zij | kijven | keven |
Alle 65 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (gekijfd*) | verleden tijd, deelwoord |
| (kijfde*) | verleden tijd |
| er is gekeven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekeven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekeven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekeven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekeven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekeven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekeven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekeven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekeven | verleden tijd, deelwoord |
| gekeven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekeven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekeven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekeven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekeven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekeven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekeven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| keef | verleden tijd |
| kijf | gebiedende wijs |
| kijve | aanvoegende wijs |
| kijvend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekeven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘schelden’ voor het eerst aangetroffen in 1301
Woordfamilie van kijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekeven | voltooid deelwoord | kijven |
| keef | verleden tijd | kijven |
| keven | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kijven |
| kijft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kijven |
| kijve | aanvoegende wijs | kijven |
| kijvend | onvoltooid deelwoord | kijven |
| kijvende | woordvorm | kijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kijven zijn vastgelegd.