kielhalen
werkwoordBetekenis
- iemand ter bestraffing aan een touw onder een gekield schip doorhalen
Vervoeging van kielhalen
kielhalenhele werkwoord — kielhaaldeverleden tijd enkelvoud — kielhaaldenverleden tijd meervoud — gekielhaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kielhaal | kielhaalde |
| jij | kielhaalt | kielhaalde |
| hij, zij, het | kielhaalt | kielhaalde |
| wij | kielhalen | kielhaalden |
| jullie | kielhalen | kielhaalden |
| zij | kielhalen | kielhaalden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekielhaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekielhaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekielhaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekielhaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekielhaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekielhaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekielhaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekielhaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekielhaald | verleden tijd, deelwoord |
| gekielhaald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekielhaald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekielhaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekielhaald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekielhaald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekielhaald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekielhaald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekielhaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekielhaald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekielhaald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekielhaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekielhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekielhaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekielhaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekielhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekielhaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekielhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekielhaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kielhaal | gebiedende wijs |
| kielhaalde | verleden tijd |
| kielhale | aanvoegende wijs |
| kielhalend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekielhaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kielhalen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kielhalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekielhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekielhaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekielhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekielhaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekielhaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekielhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekielhaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekielhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekielhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekielhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekielhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekielhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekielhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekielhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekielhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekielhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekielhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekielhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekielhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekielhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekielhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekielhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekielhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekielhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekielhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekielhaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekielhaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekielhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekielhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekielhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekielhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekielhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekielhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekielhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekielhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekielhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekielhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekielhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekielhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekielhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekielhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekielhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekielhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekielhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekielhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekielhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekielhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekielhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekielhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekielhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekielhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekielhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekielhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekielhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekielhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekielhaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekielhaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekielhaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kielhalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekielhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekielhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekielhaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kielhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van kiel en halen
Woordfamilie van kielhalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekielhaald | voltooid deelwoord | kielhalen |
| gekielhaalde | woordvorm | kielhalen |
| kielhaal | gebiedende wijs | kielhalen |
| kielhaalde | verleden tijd | kielhalen |
| kielhaalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kielhalen |
| kielhaalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kielhalen |
| kielhale | aanvoegende wijs | kielhalen |
| kielhalend | onvoltooid deelwoord | kielhalen |
| kielhalende | woordvorm | kielhalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kielhalen zijn vastgelegd.