Naar de inhoud

kibbelen

woordenstrijd hebben

kibbelen

werkwoord /kɪbələ(n)/

Betekenis

  1. woordenstrijd hebben

Hoe spreek je kibbelen uit?

/kɪbələn/

Kibbelen bestaat uit drie lettergrepen.

De tekens in /kɪbələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɪ pit
b bak
ə de
l land
n nek

Vervoeging van kibbelen

kibbelenhele werkwoord — kibbeldeverleden tijd enkelvoud — kibbeldenverleden tijd meervoud — gekibbeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kibbel kibbelde
jij kibbelt kibbelde
hij, zij, het kibbelt kibbelde
wij kibbelen kibbelden
jullie kibbelen kibbelden
zij kibbelen kibbelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gekibbeld verleden tijd, deelwoord
gekibbeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekibbeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekibbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekibbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekibbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekibbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekibbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekibbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekibbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekibbeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kibbel gebiedende wijs
kibbelde verleden tijd
kibbele aanvoegende wijs
kibbelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekibbeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kibbelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kibbelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kibbelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘ruzie maken’ voor het eerst aangetroffen in 1477

Woordfamilie van kibbelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekibbeld voltooid deelwoord kibbelen
kibbel gebiedende wijs kibbelen
kibbelde verleden tijd kibbelen
kibbelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kibbelen
kibbele aanvoegende wijs kibbelen
kibbelend onvoltooid deelwoord kibbelen
kibbelende woordvorm kibbelen
kibbelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kibbelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kibbelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kibbelen

Hoe spreek ik kibbelen uit?
Zo spreek je kibbelen uit: /kɪbələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van kibbelen?
Kibbelen is een werkwoord. De betekenis is: woordenstrijd hebben.
Hoe vervoeg ik kibbelen?
Zo vervoeg je kibbelen zo: de tegenwoordige tijd is kibbel, de verleden tijd is kibbelde en het voltooid deelwoord is gekibbeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kibbelen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. I 1
  3. B 3
  4. B 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kibbelen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. I 2
  3. B 4
  4. B 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 zonder bonus
  10. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kibbelen in het kort

kibbelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van kibbelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kibbelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kibbelen: woordenstrijd hebben
Deel kibbelen — standaardnederlands.nl